‘Ik draag graag bij aan een zo aangenaam en rijk mogelijk leven voor mijn cliënt’

Herman Vlug

Herman Vlug, 67 jaar en woonachtig in Nieuwveen, is sinds 2015 mentor van twee cliënten, waarvan één bij Mentorschap Haag en Rijn. Herman: ‘Ik heb 28 jaar in de verstandelijk gehandicaptenzorg gewerkt, grotendeels als manager. De laatste 12 jaar werkte ik bij SEIN, waarvan 7 jaar als zorgmanager en de laatste 5 jaar als zorgbemiddelaar. Tijdens mijn werk kwam ik wel in aanraking met mentoren en ik had toen al bedacht dat ik na mijn pensioen zelf mentor wilde worden. Het leek mij mooi om ook eens vanaf de andere kant te kijken wat er nodig is om een cliënt de juiste zorg te geven.’

Zijn cliënt Kees is 58 jaar, maar heeft de verstandelijke leeftijd van een vierjarige. Hij is autistisch en je kunt niet verbaal met hem communiceren. ‘Het is vaak lastig in te schatten wat hij wel en niet begrijpt, maar volgens mij is hij wel blij met mij als mentor. Ik krijg van het zorgpersoneel terug dat hij vaak begint te glunderen als hij hoort dat ik kom. Als ik binnenkom trekt hij gelijk zijn jas aan om een rondje te wandelen. Kees is iemand van de vaste patronen, dus altijd als ik kom, doen we een rondje over het terrein en een kopje koffie in het restaurant.’

‘Ik vind het jammer dat ik niet echt met hem kan communiceren, maar dat wist ik van tevoren. Ik denk dat juist dit soort mensen echt een mentor nodig hebben, omdat zij niet in staat zijn om een netwerk om zich heen te bouwen. Ik probeer me met behulp van zijn persoonlijk begeleider en de dagrapportages zoveel mogelijk in te leven in zijn persoon, om op basis daarvan de juiste keuzes voor hem te maken. Ik wil er graag aan bijdragen dat hij een zo’n aangenaam en rijk mogelijk leven heeft.’

Binnenkort gaat Kees verhuizen naar een andere plek binnen de organisatie. Waar hij nu woont is het te druk voor hem, waardoor hij regelmatig agressief gedrag vertoont. Hij verhuist dan echter naar een ‘portacabin’, waar het heel warm wordt in de zomer. Herman: ‘Ik heb mijn uiterste best gedaan om airconditioning voor hem te regelen. Dit heeft al een hoop gesteggel opgeleverd, maar nog geen resultaat. Ik ga dit goed in de gaten houden van de zomer en als het niet goed gaat dan trek ik opnieuw aan de bel.’

Mooi begin

Carlijn

“Suus, ik heb je toch verteld dat er vandaag een mevrouw voor je komt?” Ze kijkt naar de grond. Knikt verlegen. “Ze is er nu. Zullen we buiten gaan zitten?” Haar hoofd komt iets omhoog. Ze kijkt mij vlug aan. Er gebeurt iets. Een heel minuscuul, bijna niet zichtbaar glimlachje om de hoeken van haar mond. Ik adem langzaam uit. Voel haar gespannen energie. We gaan naar buiten. Ze kruipt in de hoek van de tuinbank. Weer verlegen met haar gezicht omlaag.

“Nou Suus,” zegt haar persoonlijke begeleidster van het Westerhonk. “Dit is dus Carlijn. Carlijn wordt misschien jouw mentor, maar wat een mentor precies doet was een beetje lastig uit te leggen, toch? Misschien kan Carlijn er zelf iets over vertellen?” Ik kijk naar Suus. Zij niet naar mij. Haar blik nog steeds naar de grond. Ik vertel wie ik ben. Waar ik van hou. En dat ik inderdaad haar mentor ga worden. Dat woord mag ze snel vergeten. De exacte uitleg is veel te complex. Wat ze wel mag onthouden is dat ik speciaal voor haar op visite kom. Niet één keer maar veel vaker. Dat ik haar heel goed wil leren kennen. Dat we leuke dingen kunnen gaan doen. Knutselen, een spelletje of gewoon samen in de tuin zitten met een kopje thee. Ik vertel haar dat ik dol ben op make-up, oorbellen en mooie jurkjes.

Haar interesse is gewekt. Ze kijkt mij plotseling recht aan. Haar oogopslag dringt zich door tot diep in mijn ziel. Ze fluistert iets maar ik kan het niet horen. “Iets harder Suus, weet je nog, anders kunnen we je niet verstaan?” Zegt haar begeleidster. Heel, héél zachtjes fluistert ze: ”Ik vind je mooi. Je lijkt op Anna.” “Wie is Anna?” Vraag ik haar. “Anna, van vroeger…..” “En was Anna aardig of niet zo aardig?” Vraag ik zo neutraal mogelijk. “Anna was lief. Zo lief…” Ze fluistert nog steeds. De begeleidster knikt goedkeurend. Dat ze mij nu al, in deze nieuwe spannende beginfase, associeert met een lief persoon uit haar verleden stemt ons gerust.

We nemen afscheid. Ik beloof haar volgende week weer te komen bezoeken. Opgelucht rijd ik naar huis. Hoe ingewikkeld het mentorschap soms ook is met het zorgplan wat moet komen en met regels en keuzes die zullen volgen: Onze eerste ontmoeting zit er op. Wat een mooi begin!

Carlijn

Nagellak

Nagellak

“Meervoudig beperkte meneer. Dol op treinen en auto’s. Verstandelijk vermogen van een vijf jarige.”
“Nee ik houd niet van treinen. Volgende.”
“Oudere dame. Wilt liever geen contact met haar mentor maar zoekt een mentor voor de medische beslissingen die genomen moeten worden nu haar gezondheid achteruit gaat.”
“Ach, dat mensje. Maar een cliënt waar ik contact mee kan maken en mee kan babbelen lijkt mij wel leuker.”
“Tuurlijk Carlijn. Jij mag kiezen. Jouw vrije tijd gaat hier aan besteed worden dus dan is het belangrijk dat je een klik hebt met je cliënt.” Zegt de coördinator van Mentorschap Haag en Rijn.

Vorige week heb ik met goed resultaat de cursus afgerond. Ik mag mijzelf officieel mentor-vrijwilliger noemen. Een klein woordje maar een grootse verantwoordelijkheid. Ik zal door de rechter worden toegewezen aan een cliënt die geen eigen keuzes meer kan maken over bepaalde zaken. Ik zal opkomen voor haar belangen. Haar zo goed mogelijk leren kennen zodat ik zo goed mogelijk vanuit haar normen en waarden kan beslissen. Ik zal soms keuzes moeten maken die moeilijk zijn, die mij misschien uit mijn slaap houden. Gelukkig hoef ik dit niet alleen te doen. Een heel netwerk van verzorgers, begeleiders, artsen, bewindvoerder en soms familie staan dicht bij mijn cliënt. Mentor, een woord uit de Griekse Mythologie. ‘Mentor’ was de raadgever en vertrouweling van Odysseus. Tegenwoordig is een mentor een ‘meer ervaren persoon die zijn of haar ervaring en kennis inzet om de ander bij te staan.’ Een mooie gedachte. Er zijn voor de ander wanneer het bij de ander niet (meer) alleen lukt.

“Deze dame is denk ik wel wat voor jou.” Geïnteresseerd lees ik de beschrijving: Vrouw, dol op nagels lakken, kletsen en make up. Verstandelijk beperkt en diverse psychische problemen maar goedlachs en gezellig. Ik moet glimlachen. Zie het al voor mij hoe ik haar bij ieder potje nagellak steeds een beetje beter leer kennen. Geen idee wat mij allemaal te wachten staat. Beslissingen die lastig zijn en mijn moraal kompas waar ik op moet blijven vertrouwen. Maar met de kennis die ik heb opgedaan bij de cursus en begeleiding van Mentorschap Haag en Rijn heb ik er het volste vertrouwen in. Volgende week zal ik haar voor de eerste keer ontmoeten. Met uiteraard een potje nagellak in mijn tas.
Carlijn

Mentorschap is een verrijking van mijn leven

Nel en Shanta

‘Ik ben Shanta Permentier, 55 jaar, getrouwd, moeder van een dochter van 21 en woonachtig in ’s-Gravenzande. Ik werk al vrij lang bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) als schuldhulpverlener voor het eigen personeel. Sinds 2,5 jaar ben ik mentor van Nel, een vrolijke dame van 62 jaar, met het verstandelijk vermogen van een jong kind. Ik ben mentor geworden, omdat ik vanuit mijn werk een opleiding mocht doen, als verdieping op mijn werkzaamheden. Ik koos ervoor om iets te doen met meer persoonlijke aandacht voor de cliënt.

Nel kan niet goed communiceren, maar simpele dingen begrijpt ze wel. Wat ik heel leuk vind, is dat haar woordenschat groter is geworden sinds ik haar mentor ben. Nel is heel leergierig en heeft een uitgesproken mening. Als ze iets niet leuk vindt dan geeft ze dat goed aan. Soms zegt ze bijvoorbeeld dat ze koffie wil drinken en die haal ik dan, maar dan heeft ze zich bedacht en maakt dit kenbaar door een zwieper aan de beker te geven. Aan dit gedrag moest ik wel wennen. Maar meestal is ze heel lief en vrolijk en ze kent mij inmiddels goed. Ze herkent me al aan mijn voetstappen, als ze die hoort pakt ze gelijk haar schoenen en haar jas. Als het even kan gaan we autorijden, want dat doet ze het liefst.

Wat ik heel leuk vind aan het werk is om Nel en de andere bewoners regelmatig te bezoeken. Ze herkennen me allemaal en zijn altijd blij als ik kom. Het zijn hele gezellige mensen, die blij zijn met kleine dingen. Ook vind ik het een uitdaging om voor optimale zorg voor mijn cliënt te zorgen. Ik ben haar spreekbuis en moet ervoor zorgen dat dingen goed geregeld zijn en dat doe ik naar eer en geweten. Gelukkig hoef ik niet alles zelf te beslissen, maar doe dit in overleg met de begeleiders, de artsen en andere deskundigen, zoals bijvoorbeeld het regelen van de uitvaart of het donorcodicil.

Ik vind het mentorschap een verrijking van mijn leven. Het is heel goed om te ontdekken dat er meer is in het leven dan alleen werken, sporten en reizen en dat er mensen zijn voor wie dit allemaal niet vanzelfsprekend is. Het is fijn om iets voor iemand anders te betekenen en je leert zelf ook weer van alles.’