Troost lolly

“Stoor ik?”

“Nee hoor Irma, wat kan ik voor je doen?”

“Nou.” Zegt de begeleidster van mijn verstandelijk beperkte cliënte door de telefoon. “Suus wilt haar Corona vaccinatie niet.”

“Wat raar.” Zeg ik verbaasd. “Vorige week heb ik de toestemmingsverklaring namens haar ondertekend. Uitgelegd dat ze dankzij dat prikje geen Corona krijgt.”

“Ja dat klopt. Vandaag zou ze gevaccineerd worden maar ze wilt niet meer. Suus kan niet zo goed uitleggen waarom niet. Daarom stem ik even af met jou. Wat nu?”

Ik twijfel. Persoonlijk wil ik dat ze haar vaccinatie krijgt. Dan is ze beschermd. Wordt ze waarschijnlijk niet ziek en de mensen om haar heen ook niet. Ik vind dat wij als burgers er alles aan moeten doen om elkaar te beschermen.

Maar. Er is een héle grote maar in dit geval.

Ik ben mentor van Suus. ‘Een mentor behartigt de belangen van de cliënte. Een mentor moet opkomen voor wat de cliënte wilt. Mits het de gezondheid van de cliënte niet schaadt.’

Schaadt het niet nemen van het vaccin haar gezondheid? Ik denk van wel. Maar ik wil en mag haar niet onder dwang laten vaccineren want dat is niet wat mentorschap is. ‘Opkomen voor wat zij wilt’, dreunt het in mijn hoofd. De woorden die ik tijdens de cursus keer op keer heb gehoord.

Ik kom er niet uit. Waar doe ik goed aan?

Ik besluit Mentorschap Haag en Rijn te bellen voor advies. Ook zij hebben, net als de rest in de wereld, niet eerder te maken gehad met een Covid vaccin. Er wordt contact opgenomen met de kanton rechter voor juridisch advies.

Verder getob bleek niet nodig. Suus was slechts bang voor de prik maar na geruststellende woorden van de arts zat de prik er binnen een minuutje in. Het heeft mij echter wel aan het denken gezet. Dit ging om een prikje maar eigenlijk vooral over haar wilsbekwaamheid. Wanneer grijp je als mentor in als je denkt dat jouw client niet de juiste beslissing kan maken omdat ze de gevolgen van haar beslissing niet kan overzien?

Deze keer heb ik geen beslissing hoeven maken.

Ik mag het houden bij een troost lolly van Jamin die ik vanavond ga brengen omdat ze het prikje krijgen zo dapper heeft doorstaan.

Carlijn Willemstijn

www.inlevendenlijve.nl

Carlijn Willemstijn

Zo fijn

Haar hoofd om de hoek van de deur.

“Jaaaaaaaa. Je bent er weer!”

Ze grijpt naar haar rollator. Stormt haar slaapkamer uit. Achter de rollator rent ze de gezamenlijke woonkamer van het Westerhonk in. Remt vlak voor mijn voeten.

“Je bent er weer!!!!!!” Roept ze nogmaals. Keihard. Terwijl ze mij met een glimlach van oor tot oor aankijkt. Ze knippert driftig met haar ogen. Ondanks haar verstandelijke beperking heeft ze een schattig gezicht.

“Hoi Wendy. Wat begroet je mij enthousiast. Hoe gaat het met je?”

“Niet goed!!!!” Gilt ze door de kamer. “Echt niet zo goed!”

Haar gezichtsuitdrukking vertrekt van blij naar verwrongen en verdrietig.

Ze spreidt haar armen. Buigt voorover over haar rollator heen. Staat onhandig te wiebelen op haar dunne onstabiele beentjes.

“Ik wil jou zo graag knuffelen Carlijn!”

Daar staat ze. Te wachten. Met open armen.

“Sorry Wendy. Ik wil dat ook heel graag maar het mag niet door de Corona.”

“Maar ik mis jou zo!!!!” Ze blijft gillen. “Zo erg! En je komt ook nooit voor mij!”

Ze heeft gelijk. Ik kom niet voor haar. Ik ben de mentor van Suus maar de medebewoners van Suus willen inmiddels dat ik ook een beetje voor hun kom. Ze willen ook eens mee in mijn auto. M&M’s of een onverwachts kaartje in de brievenus. Wendy liet nooit zo blijken dat ze iets van mij wilde. Ze begroette mij amper. Negeerde mijn binnenkomst totaal. Tot vandaag.

Zie haar staan. Nog steeds met wijd gespreide armen. Wachtend op mijn knuffel.

“Ik vind jou zo lief Carlijn. Knuffel mijn nou Carlijn! Alsjeblieft.”

En dan doe ik wat niet mag. Snel reken ik terug. De afgelopen negen dagen heb ik niemand anders gezien dan mijn partner. Ik heb geen klachten. Ik check nogmaals mijn mondkapje. Wrijf mijn handen in met desinfectie. Neem een grote hap zuurstof, houd mijn adem in en zet een stap in haar anderhalve meter zone. Als een klein kind klauwt ze zich in mij vast. Slaat haar armen om mij heen. Lijkt nooit meer los te willen laten.

“Wendy. Laat maar los meisje.” Zeg ik zachtjes.

Plotseling praat ze fluisterend in mijn nek. Heel zachtjes.

“Nee.” Zegt ze. “Nee Carlijn. Nog heel even alsjeblieft. Het is zo fijn. Zo fijn.”

Ik sta als versteend. Wat is het onwennig maar heerlijk om na al die maanden weer een knuffel te geven. Ik voel mijn tranen branden. Geniet intens. Ze heeft gelijk. Wat is het fijn. Zó ontzettend fijn.

Carlijn Willemstijn