Mentoren interviewen elkaar: Irene Krins & Mea Melse

Tijdens een zonnige dag in juni spraken twee mentoren van Mentorschap Haag en Rijn elkaar uitgebreid over hun ervaringen. Irene Krins en Mea Melse ontdekten in elkaars verhalen veel herkenning: de zoektocht naar zingeving, het plezier in het contact met cliënten en de voldoening die het mentorschap biedt.

Interview met Irene Krins

Geïnterviewd door Mea Melse

Hoe kwam je in aanraking met Mentorschap Haag en Rijn?

“Door gezondheidsklachten moest ik eind 2021 stoppen met werken in de zorg. Toch wilde ik iets blijven doen met mijn beroepservaring. Ik was al bekend met mentoren en familievertegenwoordigers. Tijdens mijn online zoektocht kwam ik Mentorschap Haag en Rijn tegen. Het contact met coördinator Danielle verliep heel prettig — ze dacht mee over wat er mogelijk was, ondanks mijn beperkte conditie. In 2022 begon ik met mijn eerste mentorschap en een jaar later kwam daar een tweede cliënt bij.”

Wat trok je zo aan in het mentorschap?

“Het mentorschap heeft flexibiliteit — dat was vanwege mijn gezondheid belangrijk voor mij — én inhoud. Vanuit mijn werk wist ik wat mentorschap inhoudt: ondersteuning bieden, luisteren, vragen stellen en contact houden met begeleiders. Dat past bij me.”

Kun je iets vertellen over je cliënten?

“Mijn eerste cliënt was een mevrouw met vergevorderde dementie, die de wereld niet meer begreep. Ze was erg angstig en soms agressief; dat vroeg veel geduld en afstemming. Ze is onlangs overleden. Mijn tweede cliënt heeft een verstandelijke beperking en woont sinds haar elfde in een gezinsvervangend tehuis. Dat vraagt een andere benadering. We hebben veel plezier samen – we fietsen bijvoorbeeld op de duo-fiets naar de kroeg, daar geniet ze enorm van.”

Hoe leer je je cliënt beter kennen?

“Bij mijn eerste cliënt was dat moeilijk, maar via haar partner – met beginnende dementie – kreeg ik veel informatie. Ook hielp ik mee bij de broodmaaltijden, waardoor ik haar en de verzorging beter leerde kennen. Bij mijn andere cliënt drink ik regelmatig koffie op de groep, ga ik mee naar familie en lees ik in de zorgdossiers. Dat geeft veel inzicht.”

Wat brengt het mentorschap jou?

“Mentorschap geeft me positieve energie. Het is zó mooi om te merken dat een cliënt blij is dat je er bent. Voor mij is het pure zingeving: uitgaan van wat iemand nodig heeft en stukje bij beetje ontdekken wat iemand gelukkig maakt. Dáár doe ik het voor.”

Irene Krins met haar cliënt

Interview met Mea Melse

Geïnterviewd door Irene Krins

Bij binnenkomst bij Mea thuis ontstaat direct een enthousiast gesprek over het mentorschap.

Hoe lang ben je al mentor?

“Ik ben inmiddels ruim tien jaar mentor en begeleid nu mijn vierde en vijfde cliënt.”

Wat maakt het mentorschap voor jou zo boeiend?

“Mijn achtergrond ligt in het onderwijs, waar ik lesgaf aan leerlingen die de zorg in gingen. De zorg heeft me altijd geboeid en ik wilde dat stukje niet kwijt toen ik met pensioen ging. Via een vriendin kwam ik in contact met Mentorschap Haag en Rijn. Omdat ik er weinig van wist, besloot ik de cursus te volgen.

Mijn eerste cliënt was een jonge vrouw met een verstandelijke beperking die in een gezinsvervangend tehuis woonde. Dat was voor mij een compleet nieuwe wereld: ik kende die woonvorm nauwelijks en had geen idee hoe het dagelijks leven daar verliep. Het werd een echte ontdekkingstocht, en ik ben heel blij dat zij mijn eerste cliënt was.

Gelukkig had ze een heel fijne Persoonlijk Begeleider die me wegwijs maakte, me tips gaf en af en toe letterlijk bij de hand nam. Van haar heb ik geleerd wat het betekent om een betrokken mentor te zijn: dichtbij genoeg om er echt voor je cliënt te zijn, maar met respect voor de bestaande zorg.

Mijn cliënt hield van veel kleine dingen die plezier gaven. Ondanks dat ze verbaal niet sterk was, kon ze goed laten merken wat ze fijn vond. We hebben veel gedaan waar zij van genoot, en dat leerde mij hoe belangrijk het is om echt aan te sluiten bij de belevingswereld van je cliënt. Als mentor kun je het leven van iemand nét wat prettiger maken, kleine ‘highlights’ brengen en de zorg ontlasten.

Dat probeer ik nog steeds in mijn mentorschap. Telkens opnieuw ontdekken wat prettig is voor mijn cliënt maakt het werk boeiend. Mijn huidige cliënt bijvoorbeeld, wordt enorm blij van rondlopen in de bouwmarkt — en als ik zie hoe ze geniet, word ik daar zelf ook blij van.”

Hoe is het om beslissingen te nemen voor iemand die je nog niet goed kent?

“Dat blijft soms lastig. Daarom probeer ik in de kennismakingsperiode van zes weken elke week op bezoek te gaan. Zo bouw je een band op. Pas als het van beide kanten goed voelt, wordt de aanvraag bij de rechter gedaan.”

Hoeveel tijd kost het mentorschap je?

“Bij de ene cliënt kom ik eens per twee weken, bij de andere eens per drie weken. Per bezoek ben ik ongeveer anderhalf uur bezig.”

Hoe ervaar je de ‘club’ van Mentorschap Haag en Rijn?

“Heel prettig! Ik houd ervan om ervaringen te delen, daar leer ik van. Het samen sparren met de regio-ondersteuner vind ik waardevol. Het is mooi dat iedere mentor zijn eigen stijl kan hebben; je hebt de ruimte om het in te vullen op een manier die bij jou én bij je cliënt past.”

Wat heeft het mentorschap jou gebracht?

“Zingeving, plezier en voldoening. Vooral het gevoel dat je echt iets voor iemand kunt betekenen, vaak samen met andere hulpverleners. Dat een cliënt zich daardoor beter voelt – dat is het mooiste wat er is.”

Droomreis

Een reis naar Amerika – dat was zijn grootste wens. Maar dat die ooit werkelijkheid zou worden, wist hij niet, totdat Frans zijn mentor werd.

Frans Prins had al vóór zijn pensionering een duidelijk doel voor ogen: mentor worden van iemand die hij kon helpen en leren kennen. Iets betekenisvols doen voor een ander. Wat hij niet had verwacht, was dat hij zichzelf door dit mentorschap nóg beter zou leren kennen. Zijn cliënt daagde hem uit – keer op keer.

Inmiddels is Frans al drie jaar de mentor van Hashem, een man uit Afghanistan die naar Nederland kwam om Bouwkunde te studeren. Trots vertelt Hashem over zijn bijdrage aan de bouw van het Groninger ziekenhuis. Maar op veertigjarige leeftijd werd hij volledig blind. Zijn naaste familieleden wonen ver weg—in Amerika en Canada. De ambulant woonbegeleider van Bartiméus zette het mentorschap in gang, meer uit voorzorg dan uit noodzaak. Hashem wist goed wat hij wilde en kon zijn wensen helder verwoorden, maar overschatte zichzelf soms.  Hij ging akkoord met het mentorschap.

Zo kwam Frans in beeld. Beiden delen een interesse in politiek en leren elkaars taal aan de hand van spreekwoorden. “Die verdieping heeft een duidelijke functie,” vertelt Frans. “Naast dat we van elkaar leren, brengt het ook balans in de vele gesprekken over zorg. Mijn cliënt heeft hoge verwachtingen van de zorgverlening, maar daaraan kan lang niet altijd worden voldaan. Hij is rechtlijnig in zijn opvattingen en wensen, wat mijn onderhandelingsvaardigheden op de proef stelt. Maar ik zie dat het hem helpt. Ik stel mijn grenzen; hij leert soms water bij de wijn te doen. Dat versterkt onze relatie juist.”

Voor Frans is het mentorschap waardevol – vooral vanwege het sociale aspect. Zo nam hij het initiatief om de droomwens van zijn cliënt in vervulling te laten gaan: een reis naar familie in Amerika en Canada. Wat een lastig project leek, hield Frans niet tegen. Hij vulde documenten in, pleegde telefoontjes, vroeg medementoren om advies en regelde veel. Dankzij de goede voorbereidingen van woonbegeleiders vloog een van de broers vanuit Amerika naar Nederland om Hashem op te halen en te begeleiden.

Twee weken lang genoot Hashem van zijn familie, zijn Afghaanse roots, het eten en de cultuur. De vraag of hij in Amerika wilde blijven zodat familie voor hem kon zorgen, raakte hem diep. Maar hij koos ervoor om terug te keren naar Nederland—zijn thuis. Met een koffer vol herinneringen aan een onvergetelijke reis, mede mogelijk gemaakt door het fonds van de Landelijke Stichting voor Blinden en Slechtzienden.

Mentorschap Haag en Rijn bestaat 15 jaar!

In 2023 bestaat Stichting Mentorschap Haag en Rijn vijftien jaar. Dit betekent al vijftien jaar betrokken en sociaal mentorschap voor de mensen die dit nodig hebben in deze regio. Dat we dit mentorschap al zo lang kunnen bieden, is dankzij de fijne samenwerking met al onze vrijwillige mentoren, die zich belangeloos inzetten voor hun cliënt(en). Zij ondersteunen deze kwetsbare mensen bij het houden van de eigen regie over hun leven.

Gelukkig waren er de afgelopen vijftien jaar steeds weer nieuwe vrijwilligers die mentor wilden worden. En veel van deze mentoren hebben zich ook voor langere tijd aan ons verbonden. Daar zijn we natuurlijk ontzettend blij mee. In de afgelopen jaren zijn we uitgegroeid tot een professionele en stabiele organisatie, die kwaliteit en betrokkenheid hoog in het vaandel heeft staan. We bieden nu mentorschap aan ruim 500 cliënten, uitgevoerd door 370 mentoren.

Hoe mooi en divers het mentorschap is en hoe het zowel de levens van de cliënten als van de mentoren verrijkt, laten we in een inspirerend magazine zien.

Bekijk ook het magazine: 15 jaar Mentorschap Haag en Rijn

Wij zijn heel blij met jou als mentor!

Door jouw geweldige inzet wordt jouw cliënt beter gehoord en gezien. Samen zorgen jullie voor een zo goed mogelijke kwaliteit van zorg en welzijn. Bedankt mentor, wij zijn blij dat we met jou mogen samenwerken!

Jeanet den Haan nieuwe bestuurder MHR

‘Iedereen heeft eigen kracht en regie, alleen is daar soms wat ondersteuning bij nodig’

Jeanet den Haan is sinds kort mentor en bestuurder bij Stichting Mentorschap Haag en Rijn. Zij is 62 en woont samen met haar vrouw Connie in Noordwijk. Als sportieve wandelaar is ze vaak op het strand te vinden. Begin 2020 stopte ze met werken. Met betaald werk voegt ze hier aan toe, want informeel is ze zo links en rechts nog volop bezig met zorgen voor mensen. Jeanet: ‘Ik ben gestopt, omdat ik het tijd vond voor wat bezinning. Een van mijn doelen was om veel te gaan reizen. Helaas gooide Corona roet in het eten. Maar daardoor heb ik veel dingen hier in Nederland en vlak over de grens ontdekt. Je moet het doen binnen de mogelijkheden die er zijn en daar haal ik veel voldoening uit. Zo zit ik ook in elkaar: pluk de dag en geniet van de dingen die om je heen gebeuren en dat kan heel klein zijn.’

Zorgen voor kwetsbaren in de samenleving
Na de opleiding orthopedagogiek, ging Jeanet verkennend aan de slag als groepsleider in de verpleeghuiszorg, de gehandicaptenzorg en de psychiatrie. ‘Ik koos uiteindelijk voor de gehandicaptenzorg. Dat zorgen voor de kwetsbaren in deze samenleving past bij mij.’ Ze groeide door naar beleidsmedewerker en senior-beleidsmedewerker en maakte toen de overstap naar een zorgverzekeraar. Eerst als zorginkoper van AWBZ-zorg en daarna als manager van de afdeling AWBZ-zorg. ‘Daarna ben ik weer teruggekeerd naar de gehandicaptenzorg, waar toch mijn hart en passie liggen. Ik werd directeur zorg en plaatsvervangend bestuurder bij Stichting het Raamwerk. Ik koos bewust voor een middelgrote organisatie, want ik houd van korte lijntjes en niet teveel hiërarchie. Ik heb hier op het snijvlak van welzijn en maatschappelijke zorg met verschillende initiatieven mijn steentje bij kunnen dragen.’

Macht en tegenmacht
Een half jaar nadat ze gestopt was met werken begon het te kriebelen bij Jeanet. Ze wilde weer iets gaan doen en meldde zich aan als mentor bij Mentorschap Haag en Rijn. ‘Ik kwam tijdens mijn werk al in aanraking met mentorschap. Daar zag ik hoe belangrijk het is dat er iemand naast een cliënt staat. Iemand die opkomt voor zijn belangen. Anders krijg je een eenzijdigheid die niet goed is, bijna zoals macht en tegenmacht. Ik weet dat een mentor soms ook als lastig wordt ervaren door medewerkers. Ik denk dan: luister naar de verschillende perspectieven die er zijn en wees open en kritisch. Weeg, overweeg en houd het belang in de gaten van de juiste beslissingen.’

Uit mijn comfort zone
Jeanet volgde de basiscursus mentorschap. ‘Tijdens de cursus merkte ik dat de coördinatoren en docenten hele enthousiaste en professionele mensen zijn. Dat vind ik heel belangrijk. Ook de diversiteit in cursisten, zoveel verschillende achtergronden en ideeën, maakt het heel interessant om dit te gaan doen.’ Jeanet wilde graag starten met een cliënt waar ze, zeker in het begin, net dat stapje extra voor zou moeten doen. ‘Ik wilde ook graag uit mijn comfort zone treden en dus geen cliënt uit de gehandicaptensector. Ik ben nu gekoppeld aan een cliënte uit de verpleeghuiszorg, met de ziekte van Huntington. De rechter heeft nog geen uitspraak gedaan, maar ik ben alvast begonnen met het opbouwen van een relatie.’

Vragen, vragen en doorvragen
Toen een coördinator Jeanet vroeg of ze ook interesse had om bestuurder te worden bij de Stichting moest ze daar eerst goed over nadenken. ‘Ik wist niet zeker of ik daar wel zin in had en van toegevoegde waarde kon zijn voor het huidige bestuur. Toen ben ik een keer gaan praten, want ik heb altijd eerst veel informatie nodig. Een van mijn motto’s is ook: vragen, vragen en doorvragen. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik de deskundigheid en ervaring die ik in mijn werk heb opgedaan graag weer wil delen.’

De menselijke maat
Door haar achtergrond in de zorg heeft Jeanet veel inhoudelijke kennis over de systemen en de financiering in de zorg. In haar werk had zij ook veel contact met gemeenten over inhoud en financiering en zij heeft een breed netwerk van zorgorganisaties. ‘Ik heb me in mijn werk veel bezig gehouden met vraagstukken als: wat is de menselijke maat en hoe zorg je ervoor dat de menselijke maat voor ligt aan de financiën en de systemen. Hier heb ik tijdens mijn werkzame leven hard voor gestreden en nu krijg ik de kans om hier op een ander niveau opnieuw aan te trekken. Bij de aansturing van de mentoren is dit een van de belangrijkste elementen. En hoe zorg je dat je hierin goed zichtbaar wordt als organisatie. Dat is een van de speerpunten die we de komende jaren hebben.’

Organisch groeien
‘Het aantal cliënten zal in de toekomst groeien. Eenzaamheid neemt toe en mensen hebben een steeds kleiner netwerk om zich heen. Er wordt verwacht en geëist van mensen dat ze de eigen regie nemen. Iedereen heeft eigen kracht en eigen regie, maar soms hebben mensen veel ondersteuning nodig om dit ook uit te kunnen oefenen. We zullen groeien als organisatie, maar dit moet geen gedwongen groei zijn. We moeten organisch groeien en steeds op zoek blijven naar de juiste match tussen cliënt en mentor. Dat is de kracht van onze organisatie.’

Geslaagde online Kenniscarrousel over dementie

Mentorschap Haag en Rijn startte het nieuwe jaar voortvarend, met een online Kenniscarrousel. Op 12 en 14 januari namen circa 100 mentoren deel aan een webinar met als thema Dementie. Een op de vijf Nederlanders krijgt dementie en naarmate de leeftijd vordert neemt dit percentage toe. Een ziekte waar dus ook een deel van onze cliënten mee kampt. Bert van der Lende, voorlichter en trainer bij Alzheimer Nederland in onze regio, ging tijdens het webinar in op de vragen: wat is dementie (thuis, thuis met zorg, in een instelling) en met wie en wat krijg je te maken in de zorg voor mensen met dementie. Daarna konden de deelnemers in subgroepen vragen stellen en discussiëren. Ook kregen ze tips over hoe je het beste met mensen met dementie kan omgaan. Een van de tips was: Laat mensen met dementie in hun waarde en focus vooral op de dingen die zij nog wel kunnen.

We vonden het aanbieden van deze eerste Kenniscarrousel online best spannend, maar we kijken er met een goed gevoel op terug. Gelukkig kregen we technische hulp bij deze bijeenkomst van Renee Prins (www.yourchoices.nl). Zij is de partner van een van onze mentoren. Wij denken dat een webinar een goed alternatief is in deze tijd, waarin we niet fysiek bij elkaar kunnen komen in grotere groepen. We vroegen de deelnemende mentoren naar hun ervaringen in een enquête. Daaruit blijkt dat zij over het algemeen ook positief zijn over deze manier van kennisdelen. Reactie van een deelnemer: ‘Goeie en zinvolle webinar vanmiddag, prettige en deskundige expert en de techniek liep lekker.’ De verbeterpunten die uit de enquête naar voren komen nemen we mee voor een volgende keer!

De presentatie is terug te vinden in het Dossier

Mentorschap toevoegen als vitaal beroep

Het coronavirus brengt extra uitdagingen met zich mee voor mentoren van kwetsbare personen. Toch is het belangrijk dat mentoren ook in deze tijd hun cliënten zo goed mogelijk kunnen blijven vertegenwoordigen. Caroline Verkerk, directeur Mentorschap Nederland: ‘In deze onzekere coronaperiode hebben onze mentoren de meerwaarde van het mentorschap laten zien. Ze worden uitgedaagd creatief te handelen om het mentorschap goed te blijven uitvoeren.’ Daarom heeft Mentorschap Nederland – samen met collega-brancheorganisaties en met ondersteuning van de voorzitter van de expertgroep Curatele Bewind en Mentorschap (CBM) van de Rechtspraak – een beroep gedaan op de Rijksoverheid om mentorschap toe te voegen aan de lijst met vitale beroepen.