Een bijzondere en prachtige taak

Voor de ouders van René was het vanwege hun leeftijd niet meer te doen om op te komen voor de behandeling en verzorging van hun zoon. Zijn ouders hebben de wettelijke vertegenwoordiging daarom uit handen gegeven aan een mentor. ‘Als mentor kijk ik of René de goede verzorging, behandeling en begeleiding krijgt,’ vertelt Paul. ‘Ik neem waar nodig beslissingen, zo veel mogelijk rekening houdend met wat René wil. In het begin heb ik veel tijd besteed aan het opbouwen van een vertrouwensrelatie met hem. Ik bestudeerde zijn dossier en zorgplan en had overleg met zijn begeleiders. Ik at zelfs samen een boterhammetje met hem op zijn kamer, waar hij enthousiast vertelde over zijn muziekcollectie. Hij ziet mij niet als mentor, maar meer als een bezoekvriend.’

Niet achter de geraniums

Paul meldde zich direct na zijn pensionering aan als mentor. ‘Ik wilde niet achter de geraniums zitten, maar maatschappelijk zinvol bezig blijven.’ Zijn eerste client, 15 jaar geleden, was een hele speciale en bijzondere cliënt. ‘Een jongeman, toen dertiger, zwaar lichamelijk en verstandelijk gehandicapt, emotioneel en sociaal op het niveau van een éénjarige. Ik ervoer het als een uitdaging om voor hem iets te kunnen betekenen. Omdat communicatie met hem niet mogelijk was, bleef het noodgedwongen bij observeren terwijl ik een verhaaltje voorlas. Regelmatig werd ik gevraagd voor overleg met de betrokken disciplines. Zo is gezamenlijk voor hem een ander concept van begeleiding en wonen ontwikkeld. Mijn cliënt heeft daar triest genoeg geen profijt meer van gehad; hij is kort daarna plotseling overleden.’

Leuk is niet het goede woord

‘Mij wordt vaak gevraagd wat er zo leuk is aan het mentorschap. Ik zeg dan dat leuk niet het goede woord is. Het gaat eerder om een bijzondere en prachtige taak die voldoening geeft, zowel in het belang van de cliënt als van de begeleiders. Begeleiders kunnen prima “zorgen voor” en “zorgen dat”, maar zij waarderen het als ook vanuit een andere optiek wordt meegekeken en meegedacht. Mentorschap is zo goed mogelijk zorgen voor mensen, die door beperkingen niet of niet voldoende voor zichzelf kunnen opkomen. Prachtig toch?’

 

 

 

 

Mentor Kees: ‘Dit Werk Geeft Mij Voldoening’

Kees is al zes jaar mentor bij stichting Mentorschap Haag en Rijn. Hij begeleidt twee cliënten: Annie (83) en Peter (73). Beiden hebben een verstandelijke beperking; Peter heeft daarnaast meerdere fysieke beperkingen. Hij is blind, kan slecht lopen en niet praten. Als Peter wat duidelijk wil maken doet hij dat door een beetje te knijpen.

Mentorschap gaat voor Kees verder dan vrijwilligerswerk. Als wettelijk vertegenwoordiger ondersteunt hij zijn cliënten bij belangrijke zorgvragen en formele beslissingen, zoals medische keuzes. Maar minstens zo belangrijk is het persoonlijke contact. “Het gaat erom dat ze zich veilig voelen, goed verzorgd zijn, schoon en fris. De basis moet op orde zijn. Schone kleding, fijne woonplek en voldoende aandacht en zorg door het personeel,” legt Kees uit.

Onlangs is Peter overgeplaatst naar een nieuwe woning met bewoners met vergelijkbare beperkingen (doof en blind), wat Kees als een positieve ontwikkeling ervaart. “Het gaat erom dat hij de zorg krijgt die hij verdient. Voor mij is het extra waardevol om er voor iemand zoals Peter te zijn,” zegt hij.

Kees benadrukt dat het mentorschap ook een teaminspanning is. “De mensen in de zorg om Peter en Annie heen hebben zwaar werk en staan vaak onder druk. Ik kan hen soms bijstaan, helpen en samen met hen de beste zorg voor mijn cliënten regelen. Zo vormen we echt een team.”

Daarnaast ziet Kees het bredere plaatje: “Tegenwoordig zijn er veel meer ouderen met een beperking. Zij leven ook langer en worden dus ouder dan vroeger. Ook voor hen moet er goed gezorgd worden.”

Toen Kees begon, had hij niet verwacht dat het mentorschap zo veelomvattend zou zijn. Dankzij de opleidingen, begeleiding vanuit de stichting, intervisie en webinars leerde hij al snel hoe uitgebreid de rol is. Hij vindt het fijn dat hij zijn tijd goed kan indelen, zodat mentorschap goed te combineren is met zijn andere bezigheden.

Kees ervaart het mentorschap als een manier om maatschappelijke betekenis te behouden. “Het is uitdagend werk maar geeft veel voldoening. Je werkt niet meer, maar kunt toch een verschil maken in het leven van iemand die afhankelijk is van zorg en een maatschappelijke bijdrage leveren.”

Zijn verhaal laat zien hoe mentorschap een waardevolle rol speelt in het leven van mensen die geen familie hebben om op terug te vallen. Een betrokken mentor kan écht een verschil maken,  zowel voor de cliënten als voor het team eromheen.

Iets terugdoen voor de samenleving

Rene Akkerman in gesprek met Nathalie en haar mentor Kees


Op 20 februari jl. sprak ik met Nathalie en haar mentor, Kees Korsman, in Plein 6 van de Willem van den Berghstichting in Noordwijk. Kees kende ik al als collega-mentor bij Stichting Mentorschap Haag en Rijn; Nathalie ontmoette ik voor het eerst.
Nathalie, inmiddels 31 jaar, woont al 15 jaar bij de Willem van den Berghstichting en is, zoals dat heet, ‘van ver gekomen’ Ze vertelt openhartig dat haar gedrag in de beginjaren “zeer problematisch” was en grote onrust met zich mee bracht. Maar in de jaren die volgden zette ze, met steun van haar begeleiders, enorme stappen vooruit. Ze heeft daar hard voor gewerkt – en terecht is ze daar nu heel trots op.
Die ontwikkeling zie je terug in haar dagelijks leven. Nathalie werkt met plezier op de boerderij van de stichting en helpt graag in de keuken omdat ze graag kookt. Daarnaast zet ze zich als vrijwilliger in voor afdelingen met cliënten met een lager niveau, iets wat haar bijzonder goed afgaat. Ook praktische zaken zoals dokters- en tandartsbezoek en medicatie regelt ze tegenwoordig volledig zelfstandig. Onlangs stapte ze zelfs in het huwelijksbootje met Casper, een medebewoner.

Een mentor die écht bij haar past
Naast de begeleiding vanuit de WvdB had Nathalie eerder een mentor van een mentorkantoor met een meer zakelijke benadering. Die vorm van begeleiding bood haar echter te weinig persoonlijk contact. Omdat zij Kees al kende als mentor van meerdere cliënten binnen de stichting, vroeg ze hem in juli 2025 of hij ook haar mentor wilde worden.
Kees hoefde daar niet lang over na te denken. Toen hij Nathalies levensverhaal hoorde, besloot hij haar met overtuiging te ondersteunen. Dat bleek een prachtige match: Nathalie ziet hem als een soort vaderfiguur en vertrouwenspersoon. Ze delen lief en leed en hebben veel (app-)contact.
Doordat Kees al jarenlang vertrouwd is met de organisatie en bovendien in de Verwantenraad zit, is hij voor Nathalie ook een sterke belangenbehartiger. Op dit moment zet hij zich onder andere in voor haar wens om te verhuizen naar een afdeling of woonvorm die meer vrijheid, zelfstandigheid en rust biedt. Gezien haar groei is iedereen ervan overtuigd dat zij daaraan toe is. Het veranderingsproces binnen een grote organisatie vraagt echter tijd, overleg en geduld – iets waar ze samen vol vertrouwen aan werken.

De kracht van mentorschap
Het gesprek van een uur maakte opnieuw duidelijk hoe waardevol een mentor voor een cliënt kan zijn. Niet alleen voor de cliënt, maar ook voor de mentor zelf kan het veel positieve betekenis hebben.
René Akkerman
PR-ambassadeur

Knalfeest

“Aha, hier bent u. Ik was u al aan het zoeken.”

Ze dribbelt gehaast door de gang. Kleine, ferme, vliegensvlugge stapjes.

“Dag.” Ze stopt abrupt. “En U bent?”

“Ik ben uw mentor. Carlijn. En ik kom vandaag bij u op bezoek.”

“Jaja, dat weet ik wel. Ik ben niet gek. Maar u zou pas om elf uur komen.”

“Ik ben inderdaad vijf minuutjes te vroeg.”

 

Ik houd wijselijk mijn mond en volg Bep naar de lift om naar haar kamer te gaan.

Eenmaal binnen delegeert ze mij naar een stoel.

“Ga zitten want ik heb veel te bespreken. Water?”

Ze dribbelt alweer naar haar keukenblok en schenkt een glas water voor mij in. Pakt een briefje uit haar zak waarop staat. ‘Mentor Carlijn. 11uur. Verjaardag bespreken.’

“Over twee weken ben ik jarig. Ik word tweeënnegentig jaar. Ik ga een knalfeest geven.”

Ik luister en hoor het aan.

Houd nog even wijselijk mijn mond want Bep is door haar dementie niet alleen dominant maar ook erg achterdochtig. Als ze het niet eens is met wat ik zeg wil ze mij niet meer zien. Dat gebeurde vorige maand ook. Mijn vader was overleden, Bep condoleerde mij met mijn moeder maar toen ik zei dat het mijn vader betrof werd ze boos en zei dat ik ongelijk had. Bep wilde mij nooit meer zien en eiste een andere mentor.

Gelukkig was ze dat een dag later alweer vergeten en kon ik weer komen.

Nu maakt ze plannen voor haar verjaardag. Het schijnt een groots feest te worden. Al haar vriendinnen krijgen een uitnodiging. Ze schrijft acht namen op, gevolgd door de namen van haar oud klasgenoten en de oude buren.

“Wat leuk Bep zo’n feestje. Zouden zij allemaal kunnen komen?”

Ik vraag het voorzichtig en wat bevreesd.

“Tuurlijk. We zijn al zo lang bevriend. Dat vinden zij hartstikke leuk!”

 

Het duurt nog twee weken voordat het zover is.

En ooh wat hoop ik dat zij tegen die tijd vergeten is dat zij haar feestje wil geven.

Want niet alleen haar kamer is te klein voor zo’n feest en de telefoonnummers van haar vrienden zijn niet meer in gebruik maar bijna alle genodigden leven niet meer.

Ze heeft ze allemaal overleefd. Ze is het alleen vergeten…

 

Wat een trieste taak voor mij als mentor om haar dat te moeten vertellen. Ik hoop dat zij uiteindelijk genoegen neemt met een kopje koffie en taartje buiten de deur en zich ook op die manier ontzettend jarig voelt….

In gesprek met mentor Arwin – al 5 jaar een vast gezicht voor B.

Toen Arwin vijf jaar geleden met pensioen ging, stond hij niet stil. “Ik hoorde van een goede vriend over het mentorschap,” vertelt hij. “Ik heb me erin verdiept en me vervolgens aangemeld bij Mentorschap Haag en Rijn. Ik heb altijd met mensen gewerkt – in de jeugdhulpverlening en het hoger onderwijs – en ik wilde als gepensioneerde iets met en voor mensen blijven doen.”

Een bijzondere band

Sindsdien is Arwin mentor van B., een ernstig verstandelijk beperkte man van inmiddels 82 jaar. B. woont al sinds zijn zesde in instellingen, heeft geen contact met familie en kan slechts enkele woorden spreken. Toch begrijpen de twee elkaar goed. “Hij begrijpt je in grote lijnen,” legt Arwin uit. “En hij heeft veel interesses waar ik zelf ook blij van word: buiten zijn, fietsen, wandelen en zingen.”

Via de bewindvoerder regelde Arwin een rolstoelfiets. “Vrijwel elke week – weer of geen weer – fietsen we door de duinen van het Westland. Onderweg geeft B. met zijn hand aan waar hij naartoe wil en zingen we samen kinderliedjes, die hij allemaal kan mee neuriën. Regent het te hard, dan rijden we in mijn auto met een cd vol meezingliedjes. Hij geniet zichtbaar.”

Meer dan mentorschap

Arwin is een vaste waarde in B.’s leven én voor de groepsleiding. “Ik vind betrouwbaarheid belangrijk, niet alleen voor hem, maar ook voor de begeleiding. Ik kom elke week en onderhoud goed contact met het team.” Naast het fietsen en zingen is Arwin aanwezig bij groepsuitjes, de Sinterklaasviering, de kerstmarkt en denkt hij mee over de inrichting van B.’s kamer. Ook neemt hij deel aan het multidisciplinair overleg en beslist hij als wettelijke vertegenwoordiger over zaken als vaccinaties.

Daarnaast is Arwin ook antennepersoon bij ’s Heeren Loo voor de groep waar B. woont. “In die rol signaleer ik zaken die ik bespreek met de groepsleiding en de manager zorg. Dat staat los van mijn werk als mentor, maar het geeft me extra zicht op wat er speelt.”

Wat maakt een goede mentor?

Voor Arwin draait het mentorschap om één kernvraag: Wat is het belang van mijn cliënt? “Je moet goed contact maken met je cliënt én samenwerken met de groepsleiding. Het is belangrijk dat je jouw eigen kijk op zaken kunt scheiden van wat je cliënt wil en nodig heeft.”

Toen hij net begon, vond Arwin het een uitdaging om B.’s geluiden en gebaren goed te begrijpen. “Hij lijkt altijd haast te hebben, ook tijdens het eten, waardoor hij zich kan verslikken. Ik vond samen eten spannend, maar de groepsleiding heeft me geleerd hoe ik daarmee om kan gaan.”

Wat hij van B. heeft geleerd? “Om hem te begrijpen, moet ik me volledig op hem richten. Dat heeft me geleerd om écht te focussen.”

Advies voor nieuwe mentoren

“Leer je cliënt eerst goed kennen, en laat hem of haar jou leren kennen. Neem daar de tijd voor, voordat je van betekenis wil zijn.”

Blik op de toekomst

Arwin ziet de rol van mentoren belangrijker worden in een tijd van schaalvergroting en afnemende middelen. “De menselijke maat mag niet verloren gaan. Als mentor moet je daar steeds aandacht voor blijven vragen.”

Van cliënt tot gezinslid

Hoe een mentorschap uitgroeide tot een bijzondere familieband

Bijna zeven jaar geleden werd Sylvia O. aangemeld bij Stichting Mentorschap Haag en Rijn. Sylvia had een zwaar verleden en weinig contact met haar familie. Met een klein sociaal netwerk stond ze er grotendeels alleen voor. Haar leven was instabiel en turbulent, en ze had door haar licht verstandelijke beperking begeleiding nodig. Bovendien maakt haar ziekte, de ziekte van Steinert, haar situatie extra moeilijk. Deze progressieve aandoening verzwakt haar spieren, en uiteindelijk zal Sylvia eraan overlijden.

Sylvia woont in een woonvoorziening met 24-uurszorg, maar er was iemand nodig om naast haar te staan bij het maken van belangrijke keuzes en het bewaken van haar belangen. Na een zoektocht vond ik Sabina, die bereid was het mentorschap op zich te nemen. Enkele maanden later werd dit mentorschap via de rechtbank formeel bekrachtigd.

In het begin bezocht Sabina Sylvia iedere twee weken, maar al snel ontstond een onregelmatig ritme. Soms zagen ze elkaar meerdere keren per week, soms enkele weken niet. Sylvia’s leven was onrustig. Er waren vaak gesprekken met zorgverleners over hoe ze de best passende zorg kon krijgen. Een verhuizing naar een nieuwe woonplek bleek een grote vooruitgang, waar Sylvia meer begeleiding op maat kreeg.

Als mentor hielp Sabina Sylvia met het maken van verantwoorde keuzes en zorgde ze ervoor dat Sylvia’s gezondheid goed werd gemonitord. Samen begeleidden ze haar bij talloze medische onderzoeken en behandelingen. Maar ondanks alle inspanningen, werd het Sabina op een bepaald moment duidelijk dat Sylvia niet gelukkig was met deze aanpak. Sylvia zei: “Ik leef liever iets korter, maar wel op mijn eigen manier.”

Deze woorden waren een keerpunt. Vanaf dat moment veranderde Sabina’s rol: het ging niet langer om behandelingen, maar om het creëren van kwaliteit van leven. Samen maakten ze een bucketlist, waarin Sylvia opschreef wat ze nog graag wilde doen. Sabina zette alles op alles om deze wensen te realiseren.

Sylvia werd steeds meer onderdeel van Sabina’s gezin. Ze leerde Sabina’s man, kinderen en zelfs haar moeder kennen, die Sylvia nu liefdevol “oma” noemt. Samen beleefden ze bijzondere momenten: dagjes uit, een vakantie in Portugal, en – zoals Sylvia het zelf omschrijft – het hoogtepunt: een bezoek aan Disneyland Parijs.

Sabina ondernam al deze activiteiten heel bewust, ondanks dat ze niet tot de formele taken van een mentor behoren. Naast deze mooie ervaringen bleven de serieuze thema’s echter ook aanwezig. Samen bereidden Sylvia en Sabina zich uitgebreid voor op Sylvia’s overlijden. Ze werkten aan het accepteren van dit onvermijdelijke einde en maakten een plan voor de laatste fase van Sylvia’s leven, geheel volgens haar wensen.

Sabina’s eerlijkheid speelt hierin een cruciale rol. Soms moet ze dingen zeggen die Sylvia liever niet hoort, maar met duidelijke uitleg komt er altijd begrip. Ondanks de moeilijke gesprekken en serieuze momenten, geeft Sylvia aan dat ze enorm veel plezier heeft met Sabina en haar steun onmisbaar vindt.

Vooraf hadden we nooit kunnen vermoeden dat dit mentorschap zou uitgroeien tot zoiets bijzonders en betekenisvols. Sylvia zegt hierover: “Ik had Sabina nooit willen missen.”

Wendy van Veen
Coördinator

Soms is dat draadje echt flinterdun

‘Dag Carlijn. Met verzorgingshuis De Duinhof. Ik bel met niet zo’n goed bericht.’

Mijn hart slaat over. ‘Nee toch.’ Denk ik direct.

‘Mevrouw Blom is zojuist overleden. Ze voelde zich niet lekker worden en gleed zo weg. Haar hart stond direct stil.’
Ik stamel iets van ‘Wat erg, waarom, hoe kan dat?’ maar het komt er maar half uit.

Mevrouw Blom was nog niet lang mijn cliënt,  maar wat hadden we een fijne klik. Waar ik bij mijn andere cliënten één keer per week langskom, kon ik het niet laten om bij mevrouw Blom wat vaker binnen te lopen. Ze was niet eenzaam in haar verzorgingshuis. Liet nooit blijken zich alleen te voelen tussen de lieve zusters en medebewoners, maar toch bracht ik graag een extra bezoekje aan haar.

Haar enige zoon, wonend in Frankrijk, kon niet zo vaak langskomen als hij zou willen. Hij was er altijd voor zijn moeder, maar wel op afstand en via de telefoon. Vandaar dat ik afgelopen zomer als mentor in haar leven kwam. Eigenlijk alleen voor de praktische regelzaken en het meedenken rondom haar zorgplan, maar al na onze eerste kennismaking was er meer dan dat.

Nu is ze dood. Zomaar. Geheel onverwachts.

Het raakt mij meer dan ik had verwacht. Het snijdt. Plotseling herken ik mijn emotie. Ik voel hetzelfde lege gevoel als toen jaren geleden mijn omaatje stierf. Blijkbaar was dat wat mijn bezoekjes aan mevrouw Blom mij keer op keer bracht. De geur van oudheid, de glimmende Swarovski en stoffige tafelkleedjes in haar kamer. De kneuterigheid van het kopje thee samen op bed. De traagheid van het leven door haar ouderdom. Het samen grinniken om leuke herinneringen uit haar jeugd en het geduld waarmee ik voor de zoveelste keer iets vertelde aan haar dementerende brein.

‘Ach kind, echt waar? Ben jij al tweeënveertig?!’ Zei ze wekelijks. Steeds weer moest ik grinniken om haar verbazing en mimiek, week na week op dezelfde manier.

Deze week neem ik afscheid van haar en zal ik spreken op de uitvaart. Niet als haar mentor maar gewoon als Carlijn. Want soms is dat draadje flinterdun en verdwijnt dat zelfs na de dood.

Carlijn

Ingrid regelt alles voor demente ouderen

Door Nicolette van der Werff in het AD 19-10-22

Wie komt er voor je op als je zo oud bent geworden dat er geen familie meer over is? Wie neemt dan de beslissingen over eventuele medische kwesties of over zoiets eenvoudigs als je kapsel? Ingrid Gödecke is mentor van demente ouderen die niemand anders meer hebben. ‘Er zijn periodes dat ik dagelijks telefonisch contact heb met huisarts, medisch specialist, verpleeghuis of kapper.’

Op dit moment klinken er spotjes op Radio 1 om nieuwe mentoren te werven. Ingrid Gödecke (62) uit het Haagse Statenkwartier is hier een van. ,,Ik heb jaren mijn moeder begeleid toen ze dementie kreeg. Dat was een intensieve, maar ook een mooie periode. Ik merkte dat ik me vrij makkelijk in haar situatie kon inleven en dat ik in staat was om professionals te helpen in het omgaan met dementerende patiënten. Zo kon ik een bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van een aantal mensen met dementie. Hier moet ik wat mee doen, dacht ik, en toen zag ik een advertentie van Stichting Mentorschap in het wijkblad.’’

Aandacht voor dementerende ouderen
Een mentor die de belangen behartigt van iemand die dementie heeft of door een psychische of verstandelijke beperking dat zelf niet meer kan. Mentoren praten met artsen, zorgpersoneel en bijvoorbeeld de pedicure. Het mentorschap is een bijzondere taak, maar zeker niet iedereen kan het. Want behalve een goed hart vraagt het mentorschap ook om een alerte geest en een praktische instelling. Je hoeft geen jurist te zijn of maatschappelijk werker.

Het is een serieuze taak die serieus wordt uitgeoefend
Om dementerende ouderen te helpen kan de rechter een mentor aanwijzen, maar die rol is niet voor iedereen weggelegd. ,,Je kan geen mentor zijn zonder levenservaring te hebben opgedaan”, zegt Gödecke. ,,Je moet echt wat vlieguren hebben gemaakt. Maar er is wel een opleidingseis.’’ Stichting Mentorschap verzorgt daarom opleidingen. Zij werven en selecteren ook de nieuwe vrijwilligers.

Het is een landelijke stichting die voor de Haagse regio opereert vanuit een pand aan de Zichtenburglaan in Den Haag. Daar volg je, in een klasje met andere nieuwe vrijwilligers, een opleiding en kom je twee keer per jaar terug om te praten, te adviseren en advies te krijgen. ,,Mentor zijn is heerlijk vrijwilligerswerk. Dankbaar en inspirerend, maar het is niet niks. Het is een serieuze taak die serieus wordt uitgeoefend.”

Een appel om te schillen
,,Ik werk vier dagen in de week als HR adviseur bij Sdu, een (juridische) kennispartner. Ik ben getrouwd en heb twee kinderen waarvan de jongste nog thuis woont. Het mentorschap kost tijd en is intensief. Er zijn periodes dat ik dagelijks telefonisch contact heb met huisarts, medisch specialist, verpleeghuis of kapper. Met een drukke baan en een gezin kan dat soms best hectisch zijn. Je kan ieder moment een telefoontje krijgen.”

,,Maar je bent daardoor ook in staat echt wat te kunnen doen voor je cliënt. En soms is dat hard nodig. Mijn cliënt werd bijvoorbeeld altijd rond vijf uur onrustig. Dat is logisch, legde ik uit aan het zorgpersoneel. Deze mevrouw begon haar leven lang om die tijd met koken. Geef haar een appel om te schillen, of boontjes om af te halen. Ze wil niet lastig zijn. Het is een begrijpelijke drang, aan het eind van de middag, die van binnenuit komt. Daar kun je als verzorgende op inspelen.’’

De schijf van vijf is dan toch minder belangrijk dan de schijf van proeven en genieten
,,Toen die mevrouw met een fles bodylotion het tapijt onder smeerde kon ik uitleggen dat ze altijd bij mensen thuis had schoongemaakt. Voor haar gevoel maakte ze niet het tapijt vies, maar was ze de vloer aan het dweilen. Door mijn uitleg ontstond er begrip en kon de verpleging er beter mee omgaan. Je denkt als mentor ook mee met de artsen en met de diëtist. Ik pleitte bijvoorbeeld voor een wensdieet. Wat is er mis met een dubbel advocaatje of een paar slagroomsoesjes als je 97 bent. De schijf van vijf is dan toch minder belangrijk dan de schijf van proeven en genieten.’’

Toon compassie
,,De cliënten zijn divers, de mentoren dus ook. Er zijn op dit moment tweeduizend mentoren voor drieduizend cliënten. Stichting Mentorschap kan dus wel wat nieuwe aanwas gebruiken. De vraag neemt toe. Families worden kleiner, mensen worden ouder en de groep mensen zonder kinderen wordt groter. Stichting Mentorschap is op zoek naar mensen met levenservaring en met compassie. Die in staat zijn handelend op te treden en met allerlei soorten mensen overweg kunnen.

Over het algemeen zijn mentoren mensen die wel wat gewend zijn
Wat je ervoor terugkrijgt? ,,Het voldane gevoel dat je je gaven en je mogelijkheden gebruikt om een medemens te helpen. Zoiets draagt, voor mij, bij aan een vol en fijn leven. Hoe ik tijd vrijmaak? Ach, sommigen hebben het al druk als ze de hond van de buren een keertje moeten uitlaten. De een kan meer hebben dan de ander. Over het algemeen zijn mentoren mensen die wel wat gewend zijn. Het zijn doeners die niet schrikken van een telefoontje over een valincident terwijl ze bij de bakker staan.’’

Als ik haar stem hoor dan word ik vanzelf blij

Gera en Francisca hebben, naast alle serieuze zaken, veel lol samen. Gera is nog maar sinds kort mentor van Francisca, maar toch is er al sprake van vertrouwen en een echte klik. Iets waar ze allebei ook wel een beetje verbaasd over zijn. Francisca heeft namelijk al twee mentoren gehad, waarmee het niet zo goed verliep. Ze had zelfs al een brief naar de rechtbank gestuurd dat ze wilde stoppen met het mentorschap. Maar met Gera durfde ze het toch nog een keer te proberen. Gera is als coördinator verbonden aan Mentorschap Haag en Rijn. Zij wilde eigenlijk geen eigen mentorschappen meer aannemen. Ook was ze altijd een beetje huiverig geweest voor cliënten met borderline. Maar ze besloot toch om voorlopig mentor van Francisca te worden. Dat pakt dus voor beiden goed uit.

Meer dan een bezoekvriendin

Gera: ‘Ik bezoek Francisca een keer in de twee weken. Dan drinken we een kop koffie of eten een patatje en dan is het heel gezellig. Francisca bespreekt heel open wat haar bezighoudt. Ze is nogal recht voor z’n raap, maar daar schrik ik niet van. Als mentor ben ik natuurlijk meer dan een gezellige bezoekvriendin. Ik wil zorgen dat bepaalde zaken goed geregeld zijn. Zo heeft Francisca een hoge indicatie, maar kreeg maar heel weinig uren zorg. Er is personeelstekort bij de zorgorganisatie. Samen hebben we gezorgd dat er nu een ambulant begeleider voor haar is ingehuurd. Die komt een aantal uur in de week echt voor haar. Dan kijken ze bijvoorbeeld naar haar financiën of doen samen boodschappen. Francisca: ‘Ja dat is wel fijn, want dan is mijn koelkast goed gevuld en geef ik dat geld niet uit aan drank of drugs.’

Overleggen en samen beslissen

Francisca is, ondanks haar licht verstandelijke beperking, borderline en het feit dat ze aan een rolstoel gebonden is, een behoorlijk zelfstandige dame. Ze regelt haar zaken het liefst zelf. Dus helemaal overtuigd van het feit dat ze een mentor nodig heeft is ze niet. Maar, zoals ze zelf zegt: ‘Ook al zoek ik alles uit op internet, het is toch wel fijn om over bepaalde zaken met iemand te kunnen overleggen. En samen te beslissen over dingen’. Er zijn ook wel ingrijpende zaken in Francisca’s leven die goed geregeld moeten worden. Zo is zij al een paar jaar bezig met een geslachtsveranderingstraject. De laatste stap in dit traject, de operatie voor de definitieve geslachtsverandering, vindt bij het Amsterdam UMC plaats. Gera: ‘Francisca stond hiervoor op de wachtlijst, maar toen ging het mis met het rookonderzoek en is ze van de wachtlijst afgehaald. Het is namelijk een voorwaarde dat je een half jaar voor de operatie stopt met roken. Ik heb vanochtend een gesprek gehad met een psycholoog van het UMC. Ik heb aangegeven dat het echt niet kan dat Francisca weer onderaan de wachtlijst komt te staan. Dan moet ze twee jaar wachten. Zij wil namelijk wel stoppen met roken, maar dan moet ze wel zicht hebben op de operatie. Tijdens het gesprek bleek weer dat als je aangeeft dat je de wettelijk vertegenwoordiger bent, ze serieuzer naar je luisteren en eerder handelen.’

Weg uit Zuid-Holland

Francisca: ‘Wat nu voor mij het belangrijkste is, is dat ik wil verhuizen. Ik wil de stad uit en ik wil niet meer in Zuid-Holland wonen. Hier is teveel gebeurd in het verleden. Ik wil ergens helemaal opnieuw beginnen, maakt me niet uit waar.’ Gera: ‘Ja daar zijn we nu mee bezig. Ik sta er niet helemaal achter, want Francisca woont hier heel mooi en overal is personeelstekort. En ik vind dat ze beter eerst de geslachtsveranderingsoperatie kan laten doen. Ze is nu zover in dit traject. Francisca: ‘Maar de psycholoog van het Amsterdam UMC geeft ook aan dat het belangrijk voor de operatie is dat ik mentaal stabiel ben. En hier blijven wonen levert mij veel stress op.’ Gera: ‘We hebben inmiddels iemand ingeschakeld van Cliëntondersteuning plus, vanuit het zorgkantoor. Zij heeft zicht op alle zorgwoningen in Nederland. Zij is samen met de locatiemanager van Francisca bezig om te kijken waar er iets geschikts is voor haar.’

Omgaan met borderline

Gera: ‘Ik blijf voorlopig nog even mentor van Francisca. Ik denk dat ik echt betekenisvol voor haar kan zijn en iets kan toevoegen in haar leven. Dat vind ik belangrijk, vooral omdat zij geen contact meer heeft met haar familie. Ook leert dit mentorschap mij van alles. Bijvoorbeeld het omgaan met iemand met borderline. Ik heb nog niet echt meegemaakt dat Francisca heel boos werd. Maar wel dat zij mij mailt dat ze het leven niet meer ziet zitten. Best heftig. Maar als ik haar dan bel en we praten erover, dan draait ze gelukkig weer bij.’ Francisca: ‘Ik ben blij met Gera als mentor. Ze luistert echt en ze wil niet dat alles per se op haar manier geregeld wordt. En als ik haar stem hoor of ik zie haar gezicht dan word ik vanzelf blij. Mooi toch!’