Boos

Trots

‘Je hebt mij verdomme bang gemaakt ja!?’

Ik lees zijn appje nogmaals in mijn scherm. Adem even rustig in en uit.

‘Goedemorgen Koen. Ik begrijp dat je je een beetje angstig voelt. Zolang je geen klachten hebt is dat niet nodig. Morgen moet je alleen even een zelftest doen.’

Mijn cliënt Koen wil verhuizen. Gisteren hadden we een intakegesprek voor een nieuwe woning in Den Haag. We kregen een rondleiding, een kennismakingsgesprek en uitleg over het ambulant wonen. Een spannende dag. Voor Koen, maar ook voor mij. Want deze verhuizing betekent meer vrijheid voor Koen, minder toezicht van begeleiding, maar daardoor mogelijk ook een grotere belasting voor mij als mentor. Dat moeten we goed in kaart brengen voordat het zover is.

Vanmorgen belde de dame die ons de rondleiding had gegeven. Helaas. Ze bleek een positieve coronatest te hebben en aangezien Koen en ik niet voortdurend voldoende afstand hebben gehouden, adviseerde ze een zelftest.

Nu is Koen bang. Bang voor corona. Boos op corona. Hij is het zat dat corona al twee jaar zijn leven beheerst. Dat het ook het leven van miljarden andere beïnvloedt ziet hij niet en interesseert hem niet. Geeft niet. Ook dat is Koen.

‘Dat kan allemaal wel zo zijn, maar ik wil er niks meer over horen, ja!?’ Antwoordt hij pissig.

‘Ik vind het niet prettig hoe je reageert Koen. Ik geef je alleen de informatie door die je moet weten. Wat je er vervolgens mee doet, moet je zelf weten. Als je er even over wilt bellen kan dat natuurlijk ook.’

In mijn scherm zie ik dat hij een spraakbericht inspreekt. Ik blijf online terwijl ik een kop koffie zet. Vijf minuten later spreekt hij nog steeds zijn bericht in. Ik loop met mijn telefoon naar de woonkamer, ga rustig zitten en wacht tot het bericht doorkomt. Maar op mijn scherm staat nog steeds; ‘Koen neemt audio gesprek op’.

Inmiddels al 8 minuten…..

Rustig drink ik mijn koffie op en wacht af. Zes minuten later geeft mijn telefoon een piepje. Koen zijn spraakberichtje komt binnen. Een bericht van maar liefst 14 minuten. Terwijl ik de was ophang, luister ik het bericht af. Ontroerd. Met een glimlach van oor tot oor. Waar hij een jaar geleden amper over zijn gevoelens sprak, krijg ik nu een tirade van zijn gevoelens en gedachten over mij heen.

Dat het hem spijt dat hij zo reageerde. Dat hij gewoon wat angstig is. Dat hij zo blij is met mij als mentor, mij vertrouwt en zoveel van mij houdt. Dat hij met mij als mentor de wereld weer aan kan en zo uitkijkt naar zijn nieuwe huis. Dat hij zo blij is met zijn werk en zijn leven.

Ik glunder van trots. Wat is hij het laatste jaar gegroeid. Wat heeft hij veel bereikt. Met een beetje hulp van mij, maar vooral dankzij zichzelf.

Ook dat is mentorschap!

Carlijn

Lisette en Ed

Inventiviteit, empathie en geduld zijn onmisbaar als mentor

Ed is sinds acht jaar mentor bij Mentorschap Haag en Rijn. Als mentor staat hij drie volwassenen met lichamelijke en verstandelijke beperkingen met raad en daad bij. Toen Ed met pensioen ging zocht hij naar een zinvolle en plezierige invulling van zijn tijd. Tijdens de lange fietstochten die hij maakte, had hij ruimschoots de tijd om hier over na te denken. ‘Ik kwam tot de slotsom dat ik iets terug wilde doen voor het feit dat het leven mij voornamelijk had toegelachen. Omdat ik graag help, koos ik voor een activiteit waarin ik die behulpzaamheid in de praktijk kon brengen. Dat werd het mentorschap. Ik ben blij dat ik deze keuze gemaakt heb. Ik geef, maar ik krijg er ook warmte en dankbaarheid voor terug.’

Hoe start je als mentor?
Als startende mentor volg je de basiscursus, georganiseerd door de Stichting Mentorschap. Dan word je al snel duidelijk of het mentorschap iets voor je is. Vervolgens maak je kennis met je eerste beoogde cliënt. Ed werd uiteindelijk mentor van drie cliënten van ’s-Heeren Loo in Monster. ‘Het was mij al snel duidelijk dat elkaar goed leren kennen en elkaar leren waarderen een belangrijk aspect van het mentorschap is. Hierdoor kun je makkelijker samen beslissingen nemen. Daarbij is het hebben van enige inventiviteit, empathie en geduld wel handig. Gelukkig sta je er tijdens het mentorschap niet alleen voor. Persoonlijk begeleiders, medisch personeel, gedragswetenschappers en therapeuten binnen de instelling zoeken graag in samenspraak met de mentor passende oplossingen voor problemen. Ook vanuit Stichting Mentorschap krijg je hulp en begeleiding.’

Wat doe je als mentor?
‘Ik bezoek mijn cliënten wekelijks. Een van mijn cliënten is Lisette, een vrouw van in de zeventig, met zowel lichamelijke als verstandelijke beperkingen. In het begin was het echt wennen. Lisette praatte honderduit, maar was voor mij niet goed te verstaan. Ze wilde ook alleen maar op het instellingsterrein blijven, om daar met mij te praten. Gelukkig ging ik haar steeds beter verstaan, naarmate ik haar beter leerde kennen. Lisette wil nu ook, na enige sturing, erop uit en dingen doen. En natuurlijk nog steeds veel praten. Een hele winst! Het is voor haar, bij slecht weer, een grote teleurstelling als het uitje met de rolstoelfiets niet door gaat.

Een ritje met de rolstoelfiets brengt ons soms naar een Haags Ziekenhuis. Lisette is namelijk helemaal verslingerd aan het fenomeen arts en alles wat met deze medische professie samenhangt. Daar gaan we met Lisette in de rolstoel, die daarvoor van de elektrische fiets is losgekoppeld, de verschillende afdelingen langs. Zij heeft het dan ontzettend naar haar zin. Ze verzamelt allerlei folders over de meest uiteenlopende ziekten en behandelingen. Een gesprekje met iemand in een witte jas is ook geen uitzondering. Daarna volgt de traktatie van gebak met koffie en het kopen van een cadeautje in de ziekenhuiswinkel. Weer een andere keer gaan we op pad naar een kringloopwinkel om koopjes op de kop te tikken, naar het graf van haar ouders of naar de Boulevard van Scheveningen of Kijkduin.

Wat brengt het mentorschap ons?
‘Lisette is mij voor mijn inzet oprecht dankbaar. Ze zegt dit niet alleen tegen mij, maar ze krijgt ook steeds meer empathie. Als blijk van dank voor mijn aandacht voor haar geeft ze mij regelmatig kleurplaten voor mijn kleinkinderen mee. Ik vind het heel leuk om te ervaren dat Lisette op dit gebied zo gegroeid is. Als we een paar jaar geleden iets lekkers bij de Spar op het terrein voor haar hadden gekocht, was het niet bij haar opgekomen om daarvan ook iets aan mij aan te bieden. Tegenwoordig als we iets kopen is haar eerste vraag: wil jij niets hebben? Zo zie ik toch een kleine geestelijke groei en dat is voor mij voldoende om na een week weer bij haar langs te gaan en samen iets te doen. Door de bijna wekelijkse bezoeken is er ook een vertrouwensrelatie ontstaan. Dit uit zich in vertrouwelijke gesprekken, bijvoorbeeld over de dood en het aan mij vragen van ondersteuning bij voor haar spannende zaken, zoals het kiezen voor een gebitsprothese of niet.’

‘Kortom:  Ik ben blij dat ik voor het mentorschap heb gekozen en hoop nog lang voor deze drie mensen iets te kunnen betekenen. Als de helft van de wereldbevolking ervoor kiest om een persoon te ondersteunen, zou de wereld er voor iedereen een stuk beter uitzien!’

Geduld

“Zo snel mogelijk.” Hij kijkt mij doordringend aan.

“Echt. Ik wil hier geen dag langer wonen. Ga jij het voor mij regelen?”

“Zo snel kan dat niet Koen. Maar we kunnen de komende maanden eens kijken wat er mogelijk is.”

Die avond lees ik mij uren in op de websites van zorginstellingen voor mensen met een verstandelijke beperking. De wachttijden zijn lang. Ik vergelijk de aangeboden zorg met de zorg die hij nu krijgt. Besluit hier volgende week op terug te komen zodat we het er rustig over kunnen hebben en hij alle informatie kan laten bezinken.

Dat geduld heeft hij echter niet.

‘Weet je al wanneer ik kan verhuizen?’ De volgende ochtend word ik gewekt met dit appje. Ik slaak een zucht. Besef dat dit het begin zal zijn van de zoveelste onrustige periode van mijn cliënt.

“Goedemorgen Koen. Ik heb er gister het een en ander over uitgezocht maar we moeten eerst een inschrijfformulier opvragen. Dat kan een paar weken duren.”

“Oké. Laat maar weten wanneer ik kan verhuizen.”

Ik probeer tot tien te tellen maar het valt niet mee. Koen is nogal ongeduldig en verwacht van mij, zijn mentor, dat ik het wel even regel.

De volgende dag stuurt hij mij zesentwintig appjes, waarvan achttien foto’s. Hij is op zijn fiets van Delft naar Den Haag gegaan. Hij stuurt foto’s van woningen die hem wel geschikt lijken.

“Dit huis staat leeg. Wil jij die baas even bellen en zeggen dat ik morgen wel kan komen kijken?”

Ik kalmeer hem. Leg weer uit dat het meer tijd kost. Dat hij iets heel graag kan willen maar dat het daardoor niet sneller geregeld kan worden. We vullen samen het inschrijfformulier in en krijgen, voor hem een lange week later, te horen dat hij mag komen voor een intake gesprek.

Vandaag is de dag. Ik haal hem op. Samen rijden we er met mijn auto naartoe. Zodra hij instapt zie ik de spanning op zijn gezicht.

“Gaat ’t met je, Koen?”

“Ja, ik heb een beetje hard gewerkt. Ben een beetje moe.”

“Wat heb je dan gedaan?”

“Mijn spullen gepakt. Alles staat klaar. Ik ben benieuwd in welk huisje ik kan wonen. Dat horen we toch straks?”

Ik adem langzaam uit. Tel weer tot tien en parkeer mijn auto langs de kant. Voor de zoveelste keer moet ik hem als mentor rustig uitleggen wat geduld hebben is. Weer zal ik hem even teleurstellen en alle stappen aan hem uitleggen. Hij zal antwoorden dat hij het begrijpt en vervolgens zal blijken dat hij dat toch niet doet.

Het geeft niet. Ook dát is mentorschap. Steeds weer herhalen en tot tien tellen. Geduld hebben. Ook dát hoort bij Koen en inmiddels dus ook bij mij.

Carlijn

(Sinds december 2020 mentor van Koen)

Jade en Mike

Als mentor kun je ook handelen en meebeslissen

Bij Mentorschap Haag en Rijn staat een goede match tussen cliënt en mentor hoog in het vaandel. Mike (26) en Jade (30) zijn hier een mooi voorbeeld van. Zij leerden elkaar tien jaar geleden kennen bij Ipse de Bruggen. Jade werkte toen als begeleider op de groep van Mike. Vanaf het begin was er een natuurlijke klik tussen de twee en ze kunnen het heel goed met elkaar vinden. Toen Jade stopte op de groep van Mike hielden ze contact en werd Jade de bezoekvriendin van Mike. Mike: ‘We doen samen leuke dingen: op vakantie, uit eten of een film kijken.’ Jade: ‘Mike vindt het ook gezellig om bij mijn familie te zijn en is altijd van de partij bij verjaardagen. Daarnaast praten we over wat hem bezighoudt en de dingen die hij lastig vindt.’

Een mentor
Toen Mike achttien werd besloot de zorgorganisatie om voor hem een mentor aan te vragen. Zijn thuissituatie was op dat moment niet heel stabiel, dus vonden zijn begeleiders het samen met Mike een goed idee als hij een onafhankelijke vertegenwoordiger kreeg. Toen deze mentor kortgeleden stopte met het mentorschap, dacht Jade gelijk: dan wil ik het wel doen. Jade: ‘Ik was natuurlijk al nauw bij Mike betrokken, maar ik had officieel geen zeggenschap. Als mentor ben je iemands wettelijk vertegenwoordiger en dan kun je ook handelen en meebeslissen als dat nodig is.’

Makkelijk praten
Dat Jade nu zijn mentor is vindt Mike heel fijn. Mike: ‘Met mijn vorige mentor kon ik het ook heel goed vinden, maar Jade is meer van mijn leeftijd en dan kun je makkelijker over sommige dingen praten. Zoals over muziek bijvoorbeeld.’ Jade: ‘We houden allebei van muziek en gekkigheid. Door het kleine leeftijdsverschil kunnen we makkelijk praten over dingen die hij tegenkomt op internet of in het dagelijks leven of over seksualiteit en vriendinnetjes.’

Stem en vangnet
Jade: ‘Belangenbehartiging zit echt in mijn karakter. Dat ik als mentor de stem van Mike harder kan laten klinken vind ik mooi. Mike is soms wat makkelijk te beïnvloeden, dus daar is hij kwetsbaar in. Dus ben ik zijn vangnet en kan dingen helpen oplossen of regelen. Ik vind het fijn dat Mike het ook helemaal geen probleem vindt dat hij een mentor heeft. Hij ziet mij gewoon als iemand die bij zijn leven hoort. Gelukkig is het mentorschap tot nu toe goed te combineren met mijn werk en gezin. Dat komt ook omdat Mike heel zelfstandig is en we heel flexibel kunnen afspreken.’

Op vakantie
Een paar jaar geleden zijn Jade en Mike samen op vakantie naar Kreta geweest. ‘Dat is het leukste wat we tot nu toe gedaan hebben’ vindt Mike. Hij weet nog precies de plaatsen op te noemen waar ze geweest zijn. Jade: ‘Mike zag op tv regelmatig voorbij komen dat jongeren lekker aan het feesten waren in het buitenland. Dat zag hij ook wel zitten. Maar hij voelde zich nog niet zelfverzekerd genoeg om met een reisorganisatie mee te gaan. Toen heb ik aangeboden om samen met hem te gaan. We hebben het enorm naar ons zin gehad daar.’

Viering 86e verjaardag

Mijn cliënt krijgt nu weer regelmatig bezoek

Willem (65) is sinds drie jaar werkzaam als mentor voor Stichting Mentorschap Haag en Rijn. Hij werkte lange tijd in de automatisering, maar moest enige jaren geleden om gezondheidsredenen stoppen met werken. Gelukkig had hij genoeg hobby’s en interesses om zijn dagen mee te vullen. Toch besloot hij op een gegeven moment dat hij eigenlijk wel eens iets heel anders wilde doen. Daarom meldde hij zich aan als mentor. Willem: ‘Ik had enige ervaring in die richting, want ik ben in het verleden curator en bewindvoerder geweest. Daarnaast hadden allebei mijn ouders dementie, dus ook op dat gebied had ik wel wat ervaring.’

Vergeten
Willem begon met één cliënt, maar heeft er inmiddels drie. Al zijn cliënten hebben een vorm van dementie. Willem: ‘Mensen met dementie zijn kwetsbaar en kunnen de ondersteuning van een mentor goed gebruiken. Wat bij deze mensen lastig is, is dat ze vaak weer vergeten wie je bent en wat je komt doen. Dit moet je steeds opnieuw vertellen. Ik heb daar een oplossing voor gevonden. Altijd als ik op bezoek ga, neem ik dezelfde cakejes mee van de plaatselijke bakker. Inmiddels ben ik de meneer van de lekkere cakejes en nu herkennen ze me direct.’

Eenzaamheid
‘Mijn tweede cliënt is van Ethiopische afkomst en was diplomaat van Ethiopië in Nederland. Een hele charmante man, die veel van de wereld heeft gezien. Ik kan hele leuke gesprekken met hem voeren. Zijn grootste probleem was eenzaamheid. Hij kreeg geen bezoek en ook de contacten binnen de zorginstelling verliepen moeizaam, omdat hij alleen Engels spreekt. Er was weinig over zijn verleden en zijn familie bekend. Ik ben toen gaan zoeken en heb uiteindelijk zijn twee dochters achterhaald. Zij wonen in Duitsland. Het contact tussen hen was verloren gegaan, maar is inmiddels gelukkig weer hersteld.’

Kerk
Willem zocht ook naar andere mogelijkheden om de eenzaamheid van zijn cliënt te doorbreken. Hij kwam uiteindelijk terecht bij een particulier bureau, dat ondersteuning, gezelschap en activiteiten biedt. Helaas bleken de financiële middelen van zijn cliënt niet toereikend hiervoor. Per toeval kwam hij daarna in contact met een vertegenwoordiger van de christelijk orthodoxe Ethiopische kerk. De geestelijke en een aantal vrijwilligers van deze kerkgemeenschap bezoeken zijn cliënt nu regelmatig.

Verjaardagsfeest
‘In overleg met de mensen van de kerkgemeenschap hebben we de 86e verjaardag van mijn cliënt bij mij thuis gevierd. In aanwezigheid van zijn familie, die speciaal uit Duitsland overgekomen was, de ambassadeur van Ethiopië, wat oude vrienden en bekenden en vertegenwoordigers van de Ethiopische kerk. Er waren cadeaus, toespraken en mooie woorden. Het was een zeer blijde gebeurtenis voor hem en hij was aangenaam verrast door alle aandacht. We begonnen zijn feest met een traditionele Ethiopische koffieceremonie, verzorgd door een vrijwilligster. Door de huidige ambassadeur van Ethiopië werd mijn cliënt namens de regering met een oorkonde geëerd voor het werk dat hij voor zijn land deed. We sloten de dag af met een heerlijke Ethiopische maaltijd. Daarna was het tijd voor het aansnijden van de door mij gebakken verjaardagstaart.’

‘Het was een zeer geslaagde en bijzondere dag, waaruit ik veel voldoening heb gehaald. De dag heeft veel mensen met elkaar verbonden. Mijn cliënt ontvangt nu weer regelmatig bezoek en is beduidend minder eenzaam.’

Ronald en Hans

Hans is vijf jaar mentor van Ronald

‘Het mentorschap is een relatief kleine inspanning, waar je veel voor terugkrijgt’

De afspraak is dat ze elkaar één keer per 2 weken zien. Maar, omdat Ronald maar vijf minuten bij zijn mentor Hans vandaan woont, komt hij wel vaker even aanwaaien. Hans: ‘Als Ronald langskomt, dan zie ik al aan zijn gezicht of het mooi of slecht weer is. Ronald denkt over van alles na en heeft daardoor vragen over wonen, de zorg, de toekomst en over gezondheid. Door hier met hem over te praten geef je hem wat extra duidelijkheid en zekerheid. Ronald gaat altijd met een grote glimlach weer naar huis.’

Meekijken en helpen
Hans is sinds 2016 mentor van Ronald. Ronald heeft een verstandelijke beperking. Hij woont onder begeleiding in een appartement, dat verbonden is aan een woongroep van Ipse de Bruggen. Hij vindt het fijn dat Hans als mentor achter hem staat en meekijkt met het reilen en zeilen binnen de zorginstelling. Ronald: ‘Ik ben heel blij met Hans. Hij helpt me met het opknappen van mijn huis en tuin. Ik heb nu een mooie kast en een stevige stoel, zodat ik lekker kan zitten. En hij helpt me als ik het ergens niet mee eens ben. Maar Hans doet ook niet alles hoor. Als ik dingen vraag die niet kunnen dan zegt hij dat ook.’

Even wennen
Hans is in het dagelijks leven druk met zijn eigen bedrijf. Toen hij in Zwammerdam kwam wonen, besloot hij om ook tijd vrij te maken voor het mentorschap. Hans: ‘In het dorp kwam ik regelmatig bewoners van Ipse de Bruggen tegen. Ik heb ervaring in het omgaan met mensen met een beperking, omdat ik een zus had met een verstandelijke beperking. Daarom besloot ik om mij aan te melden als mentor bij Mentorschap Haag en Rijn. In het begin was het wel even wennen. Ronald is verbaal vrij sterk en weet precies wat hij wil. Ik vroeg me af waarom hij een mentor nodig had. Toen ik hem beter leerde kennen, ontdekte ik dat ik echt wel wat voor hem kan betekenen.

Gezonder leven
De zorginstelling betrekt Hans samen met Ronald bij het opstellen en het evalueren van het zorgplan. Hans: ‘Dit plan geeft de kaders aan waarbinnen je Ronald dingen wel en niet kan toezeggen. We proberen dit plan zo concreet mogelijk te maken. Bijvoorbeeld dat er in het Gezond leven plan staat: Ronald gaat 2x sporten in de week. Ronald: ‘Ik vind het Gezond leven plan soms best lastig. Maar Hans zegt dan ook dat het wel belangrijk is. Hij is daar wel streng in.’ Hans: ‘Door dit plan eet Ronald gezonder en beweegt hij meer. Daardoor zit hij veel lekkerder in zijn vel.’

Leuke dingen doen
Het werk als mentor beschouwt Hans als een relatief kleine inspanning, waar hij door de waardering van Ronald en de organisatie veel voor terugkrijgt. Hans: ‘Het mentorschap is een formele functie, maar je hebt alle ruimte om ook leuke dingen te doen. Bijvoorbeeld zijn tuin opknappen. En hiervoor samen rondstruinen in het tuincentrum. Zodra het weer kan gaan we wat drinken in ‘de Haven’ of op het nieuwe terras bij ‘t Geluk in Zwammerdam.’

Op de vraag wat het leukste is dat ze samen hebben meegemaakt, weet Ronald meteen het antwoord: ‘Dat ik samen met mijn tweelingbroer, die ook bij Ipse de Bruggen woont, een keer heb gegeten bij Hans en zijn gezin, dat was heel leuk!’

Anne-Marie Oudenes

Anne-Marie Oudenes is al ruim 10 jaar mentor!

Anne-Marie Oudenes is een van de mentoren die al ruim 10 jaar werkzaam is bij Mentorschap Haag en Rijn. Een lange tijd voor vrijwilligerswerk. Wij zijn heel erg blij met haar. En benieuwd waarom ze dit werk al zo lang doet.

Anne-Marie: ‘Ik vind het belangrijk dat mensen die niemand hebben om voor hun belangen op te komen toch vertegenwoordigd worden. Dat ze een stem krijgen en je samen met ze of voor ze kan denken en beslissen. Ik ben eigenlijk van huis uit een beetje in dit werk gerold toen ik het mentorschap en de mantelzorg voor twee vriendinnen van mijn moeder overnam. Het werk zit nu gewoon in mijn systeem.’

Wat heeft het jouw cliënten gebracht?
‘Ik denk dat mijn mentorschap ervoor zorgt dat mijn cliënten niet alleen afhankelijk zijn van de zorginstelling, maar dat er ook iemand van buitenaf met een frisse blik meekijkt. Als leek zie je toch dingen die zorgverleners door gewenning gewoon zijn gaan vinden. Soms ben je dan misschien best lastig, maar over het algemeen wordt jouw input wel gewaardeerd. Ook is de wereld van mijn cliënten groter geworden, doordat ik met ze op stap ga.’

Wat heeft het jou gebracht?
‘Ik heb zelf altijd in de gehandicaptenzorg gewerkt. Niet aan de zorgkant, maar aan de economisch-administratieve kant. Ik ben mentor bij de Hooge Burch, waar ik vroeger gewerkt heb. Ik vind het heel leuk om nu aan de zorgkant bezig te zijn. Ik heb drie cliënten hier. Twee cliënten zijn meervoudig gehandicapt. Ze kunnen niet praten dus contact maken, is lastig. Dan is het mooi als je toch een band opbouwt en van betekenis bent. Het is dankbaar werk. Je krijgt die dankbaarheid misschien niet altijd direct terug van je cliënten, maar wel van de groepsleiding. En het werk verruimt je horizon.’

Wat is het meest bijzondere dat je hebt meegemaakt?
‘Leuk is, dat je voor alle feestjes bij de zorginstelling wordt uitgenodigd. Mooi vond ik dat ik voor mijn cliënt die overleden is de begrafenis kon helpen organiseren. Je bent daar officieel misschien niet voor verantwoordelijk, maar als je al zo lang voor iemand zorgt, dan doe je dat toch. Bijzonder vond ik hoe ik mijn derde cliënt er een beetje als cadeautje bij kreeg. Zij is de moeder van een van mijn cliënten, en ik had haar wel eens ontmoet. Zij woonde nog thuis, maar dat ging eigenlijk niet meer, omdat ze helemaal vervuilde. Ze is verstandelijk beperkt en een echte zorgmijder. Samen met de thuiszorg ben ik toen anderhalf jaar bezig geweest om haar in een zorginstelling te krijgen. Omdat ze steeds meer overlast veroorzaakte, werd ze uiteindelijk aangemeld bij de GGD. Toen is het balletje gaan rollen. Nu woont ze ook in de Hooge Burch. Bijzonder om mee te maken hoe zo’n traject loopt en wat een lange adem je daarvoor moet hebben.’

Goedkeuring - een tweede cliënt

Goedkeuring – een tweede cliënt

“Zou je er een cliënt bij willen?”

“Leuk. Maar dan graag een totaal ander type dan Suus.”

Ze moet lachen. “Ik ga mijn best voor je doen.”

Twee weken later word ik al gebeld. Er is zojuist een cliënt aangemeld die een prima match blijkt te zijn. Licht verstandelijke beperking. Bezige bij. Drukke vrolijke knul. Volgende week kunnen we elkaar ontmoeten om te kijken of we het traject van mentorschap in gaan.

Woensdagmiddag 14.00 uur. Ik sta voor zijn deur. Haal nog even diep adem. Hij woont na jaren in een groepswoning te hebben gewoond sinds kort zelfstandig maar mag dit alleen proberen als hij een mentor krijgt.  Hij weet niet zo goed wat hij kan verwachten, is door alle begeleiders die in zijn leven zijn gepasseerd wat huiverig. Dat snap ik volledig. Wéér iemand er bij. Wéér iemand waarvan je niet weet hoe lang die zal blijven.

Daar zit hij. Koen. Tien jaar jonger dan ik. Vermoeide oogopslag waar hij zich direct voor excuseert: “Sorry voor hoe ik er uit zie. Ik heb te lang zitten gamen.”

We raken aan de praat. Hij ontdooit. Ik ontspan. Hij vertelt over zijn leven. Voorzichtige, korte flarden want de kat moet eerst uit de boom. Ik vertel rustig wat ik voor hem kan betekenen. Nee ik word geen begeleider. En nee, ik ga mij niet bemoeien met dingen die hij ‘niet goed’ doet. Ik ben er om zijn belangen te behartigen. Om op te komen voor hem als hij zelf even niet weet hoe dat moet. Een rechterhand aan zijn zijde. Ik ga dingen regelen, organiseren of op poten zetten waar hij behoefte aan heeft en wat hij denkt dat goed voor hem is. Maar daarvoor moet ik hem eerst goed leren kennen. Daarom kom ik wekelijks bij hem langs. Om te kletsen, te fietsen, te sparren of simpelweg een taartje te eten met een kop koffie er bij.

Het uur vliegt voorbij. Plots wrijft hij over zijn kin. Kijkt mij onderzoekend aan en zegt:

“Ja ja zuster, ik kan wel wat met jou.”

Even schrik ik er van. Wat bedoelt hij daar mee? Maar dan barst hij in lachen uit. Ik lach mee. Zíjn manier van goedkeuring. Hij durft het aan nóg iemand toe te laten in zijn leven.

We gaan er voor.

X Carlijn Willemstijn

www.inlevendenlijve.blog

Meer ervaringen van Carlijn vind je hier.

Troostlolly

Troostlolly voor corona-vaccinatie

“Stoor ik?”

“Nee hoor Irma, wat kan ik voor je doen?”

“Nou.” Zegt de begeleidster van mijn verstandelijk beperkte cliënte door de telefoon. “Suus wilt haar Corona-vaccinatie niet.”

“Wat raar.” Zeg ik verbaasd. “Vorige week heb ik de toestemmingsverklaring namens haar ondertekend. Uitgelegd dat ze dankzij dat prikje geen Corona krijgt.”

“Ja dat klopt. Vandaag zou ze gevaccineerd worden maar ze wilt niet meer. Suus kan niet zo goed uitleggen waarom niet. Daarom stem ik even af met jou. Wat nu?”

Ik twijfel. Persoonlijk wil ik dat ze haar vaccinatie krijgt. Dan is ze beschermd. Wordt ze waarschijnlijk niet ziek en de mensen om haar heen ook niet. Ik vind dat wij als burgers er alles aan moeten doen om elkaar te beschermen.

Maar. Er is een héle grote maar in dit geval.

Ik ben mentor van Suus. ‘Een mentor behartigt de belangen van de cliënte. Een mentor moet opkomen voor wat de cliënte wilt. Mits het de gezondheid van de cliënte niet schaadt.’

Schaadt het niet nemen van het vaccin haar gezondheid? Ik denk van wel. Maar ik wil en mag haar niet onder dwang laten vaccineren want dat is niet wat mentorschap is. ‘Opkomen voor wat zij wilt’, dreunt het in mijn hoofd. De woorden die ik tijdens de cursus keer op keer heb gehoord.

Ik kom er niet uit. Waar doe ik goed aan?

Ik besluit Mentorschap Haag en Rijn te bellen voor advies. Ook zij hebben, net als de rest in de wereld, niet eerder te maken gehad met een Covid-vaccin. Er wordt contact opgenomen met de kantonrechter voor juridisch advies.

Verder getob bleek niet nodig. Suus was slechts bang voor de prik, maar na geruststellende woorden van de arts zat de prik er binnen een minuutje in. Het heeft mij echter wel aan het denken gezet. Dit ging om een prikje, maar eigenlijk vooral over haar wilsbekwaamheid. Wanneer grijp je als mentor in als je denkt dat jouw cliënt niet de juiste beslissing kan maken, omdat ze de gevolgen van haar beslissing niet kan overzien?

Deze keer heb ik geen beslissing hoeven maken.

Ik mahttps://inlevendenlijve.blog/2021/01/zo-fijn/g het houden bij een troostlolly van Jamin die ik vanavond ga brengen omdat ze het prikje krijgen zo dapper heeft doorstaan.

Carlijn Willemstijn

www.inlevendenlijve.blog

Zo fijn om eindelijk weer te knuffelen

Haar hoofd om de hoek van de deur.

“Jaaaaaaaa. Je bent er weer!”

Ze grijpt naar haar rollator. Stormt haar slaapkamer uit. Achter de rollator rent ze de gezamenlijke woonkamer van het Westerhonk in. Remt vlak voor mijn voeten.

“Je bent er weer!!!!!!” Roept ze nogmaals. Keihard. Terwijl ze mij met een glimlach van oor tot oor aankijkt. Ze knippert driftig met haar ogen. Ondanks haar verstandelijke beperking heeft ze een schattig gezicht.

“Hoi Wendy. Wat begroet je mij enthousiast. Hoe gaat het met je?”

“Niet goed!!!!” Gilt ze door de kamer. “Echt niet zo goed!”

Haar gezichtsuitdrukking vertrekt van blij naar verwrongen en verdrietig.

Ze spreidt haar armen. Buigt voorover over haar rollator heen. Staat onhandig te wiebelen op haar dunne onstabiele beentjes.

“Ik wil jou zo graag knuffelen Carlijn!”

Daar staat ze. Te wachten. Met open armen.

“Sorry Wendy. Ik wil dat ook heel graag maar het mag niet door de Corona.”

“Maar ik mis jou zo!!!!” Ze blijft gillen. “Zo erg! En je komt ook nooit voor mij!”

Ze heeft gelijk. Ik kom niet voor haar. Ik ben de mentor van Suus maar de medebewoners van Suus willen inmiddels dat ik ook een beetje voor hun kom. Ze willen ook eens mee in mijn auto. M&M’s of een onverwachts kaartje in de brievenus. Wendy liet nooit zo blijken dat ze iets van mij wilde. Ze begroette mij amper. Negeerde mijn binnenkomst totaal. Tot vandaag.

Zie haar staan. Nog steeds met wijd gespreide armen. Wachtend op mijn knuffel.

“Ik vind jou zo lief Carlijn. Knuffel mijn nou Carlijn! Alsjeblieft.”

En dan doe ik wat niet mag. Snel reken ik terug. De afgelopen negen dagen heb ik niemand anders gezien dan mijn partner. Ik heb geen klachten. Ik check nogmaals mijn mondkapje. Wrijf mijn handen in met desinfectie. Neem een grote hap zuurstof, houd mijn adem in en zet een stap in haar anderhalve meter zone. Als een klein kind klauwt ze zich in mij vast. Slaat haar armen om mij heen. Lijkt nooit meer los te willen laten.

“Wendy. Laat maar los meisje.” Zeg ik zachtjes.

Plotseling praat ze fluisterend in mijn nek. Heel zachtjes.

“Nee.” Zegt ze. “Nee Carlijn. Nog heel even alsjeblieft. Het is zo fijn. Zo fijn.”

Ik sta als versteend. Wat is het onwennig maar heerlijk om na al die maanden weer een knuffel te geven. Ik voel mijn tranen branden. Geniet intens. Ze heeft gelijk. Wat is het fijn. Zó ontzettend fijn.

Carlijn Willemstijn

www.inlevendenlijve.blog